Thea van der Heide-Kazemier lopen nog steeds de rillingen over de rug, als ze aan het innemen van levertraan denkt.”We hadden altijd ruzie wie het eerst ‘mocht’….” Haar jeugd bracht ze door in “Het Buurtje”, een straatje aan de oostkant van de Noorderweg, parallel lopend. Ooit werden hier de eerste woningwetwoningen in Nederland gebouwd, begin 20ste eeuw. Een gesprek met een nuchtere Noordhornse, nu wonend aan de Touwslagersbaan:
Thea Kazemier is geboren in 1952 “achter de toren”, het geboortehuis staat er niet meer, is afgebroken . Daar kwam de ingang van de speeltuin, later verrezen hier de bejaardenwoningen van de Torenhof. Herinneringen aan het Torenpad heeft Thea niet. Op heel jonge leeftijd verhuist ze naar “Het Buurtje”. Hoe je daar komt? Via een half verhard pad, de voorganger van de Norritsstraat, dan net voorbij ’t Evertaske ( nu woonhuis Van Leijsen) rechtsaf. De afrastering met de cementen palen langs de erfscheiding van Jan Pol zijn restanten uit de tijd van “Het Buurtje”. Drie blokken van elk twee woningen met eerste bewoners als Pijpker, Miedema, Boomsma en Van der Velde. Postadres? Waarschijnlijk Noorderweg. Iedereen kende toen dat straatje als “Het Buurtje”. Hier is Thea opgegroeid, met haar oudere broer Leen(dert) en haar zusje Annie. Pa Roelof Kazemier heeft jarenlang gewerkt in Hoogkerk, bij de UTD, de veevoederfabriek. Op zijn brommer heen en weer, soms met Melis Dijkstra achterop. Later hielp hij ook kolenboer Piet van Lune. Thea denkt met plezier aan die kindertijd terug, al huivert ze nog bij de gedachte aan de Sinterklaastijd. De woningen hadden toen een “huisje” als plee, in de tuin. Daar durfde je niet alleen naar toe, vlak voor Sinterklaas…. Er is in die tijd ook geen douche. Wassen bij het aanrecht, zaterdags in de tobbe, “omstebeurt”. Het contact met de buren is goed, spelen doet Thea vooral met kinderen van de Verlengde Oosterweg, daar wonen jonge gezinnen. Een straat in ontwikkeling. Vrije tijd? Vaak een kwestie van haar moeder helpen, die heeft enkele werkhuizen. Of ze gaat naar opa en opoe aan de Noorderweg. Een TV heeft het gezin Kazemier op dat moment nog niet. Buurtkinderen gaan wel eens TV kijken bij de familie Oosterhuis, zittend in een kring. Kijken naar bijvoorbeeld “Coco en de vliegende Knorrepot”. Elk kind betaalt een dubbeltje… Thuis worden er soms spelletjes gespeeld, zoals “Mens Erger Je Niet”. Of Thea gaat “kurkje breien”. Er is garen genoeg, ‘Mamme breide vaak sokken voor dominee Hokwerda’. Pa Roelof Kazemier werkt op de UTD in ploegendienst. Soms wordt er ’s morgens vroeg al stamppot gemaakt. Dan een flinke laag kranten erom heen en, om warm te houden, het hele zaakje onder de dekens… De eigen tuin levert de voornaamste etenswaren, er wordt volop geweckt. Op tafel komt vaak stamppot, “met vlees van slager Pool”. ’s Morgens eet ze boterhammen, van de Coöperatie. De langskomende melkboer brengt o.a. “zoepenbrij”, snoep wordt in de winkel gehaald, in een puntzakje. Kleding? Heel vaak van een ander, uit de familie of van kennissen. Moeder heeft geen tijd om zelf kleren te maken. Ook de zondagse niet. “Schoon blijven” was op die dag de opdracht…. Als kind speelt Thea mee in toneelvoorstellingen van “Kunst na Arbeid” met uitvoeringen als “Een Pierrot treedt op” in de grote zaal van Bandringa (later Haan en Miedema). Ziek zijn? Thea kan zich het niet herinneren. Wél dat ze elke avond een lepel levertraan moesten slikken, “een drama…” En daarna gauw een pepermuntje. Echt met vakantie gaan is er niet bij, vakantie betekent een dagje weg naar Paterswolde, of logeren bij een tante in Ezinge. Het feest in 1956 ter gelegenheid van de opening van de nieuwe school herinnert Thea zich: “We mochten helpen met het maken van roosjes”. En de kermis natuurlijk: “Prachtig! Vooral ’s maandags het stoeltjedansen! En zondags de sterrit, deden pa en moe aan mee, samen op de brommer. Kregen wij extra centen voor de kermis!” ’s Maandags is de grote Kermisdag, dan “wordt de kermis begraven”. Op zondag gaat Thea trouwens eerst naar de zondagschool, direct daarna stuiven ze naar het kermisterrein om te kijken of er nog centen liggen onder de zweefmolen… Diezelfde zweefmolen is ’s middags een draaimolen, multifunctioneel. Verder staat er een schiettent, een oliebollenkraam, een cake-walk…. Uitgaan later? Naar Balk in Zuidhorn, live muziek, tijd van de sixties met o.a. “De twist”. “Wij gingen al vroeg, want pa oberde wel eens bij Balk. En je moest voor 12.00 uur zeker thuis zijn!”
Thea gaat naar de kleuterschool aan de Achterweg, komt in de groep van juf Roest. Herinneringen? Nauwelijks. “Wel weet ik nog iets van een waterbak, daarmee mocht je om de beurt spelen”. Dan is de “grote school” aan de beurt, de O.L.S. aan de Oosterweg, pas kort in gebruik (sinds februari 1956). Thea gaat met plezier naar school, kan goed opschieten met andere kinderen, heeft vriendinnen als Wietske van Dijk en Frieda Rosema. Aan juf Van Dijken heeft ze minder plezierige herinneringen, “die bestrafte je met een liniaaltje. Als je even opzij keek, kreeg je een tik op de knokkels…” Haar vader stapt een keer naar school, woést. Hij breekt zo het liniaaltje van de juf dwars door midden: “Mien kiender kriegen thuus gien sloag en hier ok niet!” Van de schoolreisjes, jaarlijkse hoogtepunten, herinnert Thea zich vooral de speeltuin in Paterswolde, een klassieker. Na de lagere school houdt Thea het nog geen jaar uit op de LHNO in Zuidhorn. Het léren ligt haar niet, vooral niet als het om rekenen gaat. Ze krijgt haar zin, mag aan het werk op ‘Paluno’, de tricotagefabriek van Palstra en Lunter, gevestigd in het oude schoolgebouw aan de Langestraat (nu een gebouw met 10 appartementen). Zeven jaar werkt ze daar: patronen knippen, achter de naaimachine, persen. Als ze 20 is, trouwt ze en verhuist naar Ezinge. Daar woont ze 19 jaar, gaat scheiden en keert terug naar Noordhorn, in 1992. Ze krijgt de huidige woning toegewezen aan de Touwslagersbaan. Vanaf 1994 woont ze daar met haar tweede man Anne van der Heide. Thea werkt nog steeds, in “Het Zonnehuis”. Met Anne geniet ze van de vier kleinkinderen, allemaal jongens, en van het wonen aan de Touwslagersbaan, “n doalders plekje!” (JB)
Eerder in beknopte vorm gepubliceerd in “Noordhorn Nu”, februari 2010, 7e jaargang, nummer 2.

