Zuidhorn: Schipsloot bij Brilweg, mét zwaaikom

Bijna een jaar geleden liet ik een foto zien die ik had gekregen via Jan Tempel Kzn. Destijds wisten noch Jan noch ikzelf met zekerheid om welke plaats het ging. Die plaats is inmiddels wel duidelijk: Zuidhorn, de Brilweg met Schipsloot. Eerst nog even de foto:

Een oude foto van de Schipsloot (met zwaaikom) langs de Brilweg tussen Zuidhorn en Briltil

Er kwam deze week een reactie binnen van F.Top:
“Voorzover mij bekend is dit de sloot langs de Brilweg vanuit Zuidhorn gezien in de richting van Briltil. De woning aan de linkerzijde is gesloopt in ca. 1964. Op de voorgrond de zogenaamde zwaaikom voor het draaien van (trek)schuiten, welke gelegen was pal naast het huidige Gomarus College aan de Brilweg.”

F.Top, bedankt!

 

 

Geplaatst in Herinneringen, Zuidhorn | Plaats een reactie

Noordhorn: Koert Boomsma met luchtfoto 2012 en Oosterweg-herinneringen

Bericht van Koert Boomsma, oud-Noordhorner. Broer van Wietske Kloosterhof-Boomsma, met wie ik enkele jaren regelmatig contact had over Noordhorn. En bij wie ik op bezoek ben geweest, in Elst, in verband met een interview voor “Noordhorn Nu”. Wietske overleed vorig jaar december aan kanker. Naar aanleiding daarvan o.a. ontstond het contact met Koert Boomsma. Hij stuurde een luchtfoto met de volgende toelichting:
“Jan,
Hierbij een luchtfoto van Noordhorn, gemaakt op zaterdag 17 augustus 2012, ’s middags rond 13.30 uur. Ik had een rondvlucht over Groningen gekregen voor mijn 65ste verjaardag, die heb ik op 17/8 verzilverd. Jammer genoeg door het warme weer een iets heiïge foto, maar toch een leuk beeld, van boven af. Nostalgie toch nog steeds voor mij.”

De tijdens een rondvlucht boven Noordhorn gemaakte foto door Koert Boomsma

Koert Boomsma schrijft verder:
“De nostalgie deed mij eveneens weer eens belanden op “Noordhorn Toen en Nu” en ik begon te kijken vanaf de oudst aanwezige ‘nummers’op de site. In de map van mei 2008 stond een oude foto van de Achterweg (sorry, Oosterweg) vanaf de Nieuwstraat zuidwaarts gericht. In het artikel werden enkele (zichtbare) woningen besproken, met hun bewoners.

Ansichtkaart die laat zien hoe het er zo’n 50 à 60 jaar geleden aan het noordeinde van de Oosterweg uitzag

“In een van de vooruitstekende woningen voorbij de woning van Willem Bargerbos, heb ikzelf gewoond van 1950 tot eind november 1955; toen verhuisden wij naar de Torenstraat 4, het oude huis van Piet van der Noord (Piet Slof, de schoenmaker/dorpsomroeper). Voor zover mij bekend waren het huurwoningen (van de gemeente?) en geadresseerd als Oosterweg 38/40 en 42/44. In de begin 50-er jaren woonden de volgende personen/families in deze woningen: op nummer 38 woonde de oude vrouw Wonderman, op nummer 40 woonde de jongere familie Wonderman met o.a. een dochter Annie, op nummer 42 woonden Koert en Tine Boomsma met hun kinderen Wietske, Koert en Johan en later kwamen daar nog bij Sjoerd, Pieter en Henk. De jongste Ria heeft daar niet gewoond. Op nummer 44 woonde vrouw Pruim. Naast huisnr. 38 was de parkeerplaats van de aanhangwagens van de fa. Burgler. In mijn herinnering stonden de auto’s meestal in de garage aan de overkant. Hier uiteraard als kwajongen ook veel gespeeld.
De indeling van woning nr.42 staat mij nog helder voor de geest: de ingang van de woning was aan de zijkant. Je kwam dan uit in een halletje met een ladder naar de zolder. Het halletje gaf toegang tot de achterkamer/keuken en een tussenhalletje naar de voorkamer. Het aanrecht in de keuken was aan de kant van de buitendeur en gaf zicht op de buurwoning 40. In de voorkamer waren 2 bedsteden, waarvan 1 door mijn ouders werd gebruikt en de ander door de jongste kinderen, waartoe in de eerste jaren ook Wietske en ik behoorden. De latere jaren verhuisden Wietske en ik naar de zolder. Achterin de tuin was een dubbele schuur, waarvan de ene helft voor ons was en de andere helft voor vrouw Pruim. In de schuur bevond zich de WC (tonnetje). De tuin grensde aan de achterzijde aan de tuin van Bansema, die helemaal doorliep tot aan de tuin van Piet van der Noord.
Tot zover een kleine bespiegeling van een deel van mijn Noordhorn-tijdperk.”

Met dank aan Koert Boomsma!

 

 

 

Geplaatst in Herinneringen, Noordhorn Toén | Plaats een reactie

Noordhorn: Het eigen verhaal van evacué Jan Zuijdijk, ’44-’45 (deel 3)

De brug tussen Noord- en Zuidhorn over het Van Satrkenborghkanaal, jaren geleden. Het brugwachtershuisje zit nog aan de oostkant van de brug, de Gereformeerde Kerk staat er nog en ook het later afgebrande huis naast de pastorie is nog intact.

Bij de brug lagen meestal Duitse marineschepen wat voor ons jongens natuurlijk heel interessant en spannend was. Op een keer stond ik erbij te kijken, toen er vliegtuigen op grote hoogte voorbij vlogen. De Duitsers waren druk bezig om hun afweergeschut op de vliegtuigen te richten. Toen ik nog eens goed naar boven keek, zag ik iets blinkends uit de vliegtuigen vallen. Denkend dat dit bommen waren, heb ik het op een lopen gezet richting huis, weg van het schip, maar er gebeurde niets. Het bleek later dat het extra benzinetanks waren die de jagers afgooiden voor zij in gevecht gingen met de Duitse vijand, maar ik heb nooit van mijn leven meer zo hard gelopen. Deze lege benzinetanks waren trouwens  een felbegeerd bezit als men ze vond. Er zat altijd een rest benzine in en van de tanks kon men een kleine kano maken door ze in de lengte doormidden te zagen. Aan de benzine had men niet veel, aangezien er geen auto’s waren en als men er al een had, werd die verborgen gehouden. Anders werd die gevorderd door de bezetter.

Wij gingen in Noordhorn naar de Hervormde Kerk, maar soms kwam de dominee die in Den Bommel gestaan had, preken in een naburig dorp. Dat nieuws was snel verspreid onder de evacués. Mijn vader leende dan een paard en buggy van boer Datema en wij reden dan in stijl naar de kerk in het andere dorp waar veel mensen van het eiland en andere plaatsen bij elkaar kwamen. Het was net een grote reünie van dorpsgenoten en andere mensen van Flakkee. Deze dominee is waarschijnlijk ook in Noordhorn in de Herv. Kerk wezen preken, maar dat weet ik niet meer zo goed. De omgang met de Groningers ging in het begin niet zo gemakkelijk. Zij noemden ons “die Zeeuwen”. Wij jongeren probeerden de gewoontes te kopiëren, maar dat was niet zo eenvoudig. Van polsstok springen hadden wij nog nooit gehoord en dus schaften onze ouders een polsstok aan, maar dat betekende nog niet dat wij de kunst machtig waren. Verschillende keren belandden wij midden in de brede vaart en bleven dan extra lang van huis om op te drogen…. Met enige oefening ging het snel beter. Zo trok ik eens met een stel Groningse jongens het veld in met de polsstok. Op een gegeven moment werd een eendenei dat zij gevonden hadden, op mijn hoofd stuk geslagen. Dat gebeurde onverwacht en van achteren en scheen nogal leuk te zijn  maar ik vond de mop niet zo geslaagd. De taal was ook een barrière, zeker in het begin, maar al gauw spraken wij een soort Gronings.
Toen de zomer voorbij was en de dagen kouder werden, moest er gestookt worden in school om het schoollokaal enigszins warm te krijgen. Er stond een grote kachel die met kolen gestookt werd. Op een gegeven moment was het weinige stooksel op en werd een baal bonenstro naast de kachel geplaatst. Wij moesten daar om beurten bundels van maken en in de kachel gooien, zodat het niet al te koud werd. Het stro brandde maar kort en produceerde weinig warmte. Een bijkomend voordeel was wel dat er nog mollenbonen in het stro zaten die wij, als we aan de beurt waren, op de kachel roosterden en opaten.
Vanuit het klaslokaal konden wij ook zien hoe een aantal geallieerde vliegtuigen een aanval uitvoerden op iets. Vanuit het lokaal leek het de richting van de spoorbrug te zijn. Zij cirkelden rond en doken een voor een naar beneden om een bom te laten vallen. In een later gesprek met Sjabbo Datema blijkt dat het doel de sluis in Gaarkeuken geweest is. Wat het doel was, wisten wij toen niet, maar de spoorbrug was in ieder geval niet geraakt.

De spoorbrug in de eerste fase van zijn bestaan. De situatie in de oorlogsjaren zal hiervan niet veel hebben verschild.

 

Vergeleken met  Flakkee, was het leven echter in Noordhorn rustiger voor wat betreft oorlogshandelingen. In 1943 waren de bombardementen op Duitsland in volle gang en het eiland Flakkee  lag onder de vliegroute op weg naar bepaalde doelen in Duitsland van de RAF die s’nachts vlogen en de Amerikaanse luchtmacht die overdag bombardeerde. In die dagen waren er geregeld luchtgevechten tussen Duitse en geallieerde jachtvliegtuigen en het lawaai van de vele viermotorige bommenwerpers met daar tussendoor de scherpe toon van de aanvallende jagers was angstaanjagend. Er werden veel vliegtuigen neergeschoten in die tijd, het afweergeschut en de scherpe lichtbundels van de zoeklichten vormden ’s avonds een waar maar levensgevaarlijk spektakel. Als er een vliegtuig geraakt werd, begon dat met een vlam en dan een ontploffing of brandend neerstorten. Soms viel de bommenwerper op een boerderij. De gesneuvelde vliegers werden door de Duitsers met militaire eer begraven. De soldaten schoten dan schuin in de lucht over de kist voor deze in het graf neergelaten werd. Deze begrafenissen werden door veel mensen bijgewoond, omdat het geallieerde vliegers betrof. Bij de Hervormde Kerk van Den Bommel staat nog steeds een bord met de aanduiding dat dit een Gemenebest Oorlogsbegraafplaats is.
Maar in Noordhorn waren er ook gevaarlijke situaties. In de winter van 1944 werd mijn vader naar het gemeentehuis gesommeerd, de ondergrondse werd verdacht van het saboteren van spoorlijnen. Een groep mensen,onder wie mijn vader, werd gedwongen om ’s nachts in het donker in een bepaald vak langs de spoorlijn te patrouilleren in groepen van twee om te voorkomen dat er bouten van de rails werden losgedraaid of andere sabotagedaden werden uitgevoerd waardoor een trein kon ontsporen.  Als dit zou gebeuren in het aangewezen stuk spoorbaan  dan werd dat bestraft met de zwaarste straf. Wat die straf was, kon men wel  raden. De bezetter kende toen eigenlijk maar een soort straf. Zo werden de burgers tegen elkaar gebruikt.
Mijn vader werd in de winter ook gevorderd voor het maken van schuilplaatsen voor Duitse militaire voertuigen langs de straatweg van Leeuwarden naar Groningen even buiten Noordhorn.  De mannen moesten zich melden met een spa of schop en aarden wallen van een meter dik aanleggen zodat een Duits voertuig daar schuin in kon rijden bij een beschieting vanuit de lucht. En dat gebeurde ook, toen de groep mannen onder wie mijn vader, het ongelukkig trof dat een Duits konvooi werd aangevallen en een auto hun schuilplaats binnenreed. Er waren zover ik weet geen slachtoffers onder de mannen, maar mijn vader kwam thuis met de hulzen van de boordwapens in zijn zak. Die vielen uit de schietende vliegtuigen en kwamen gloeiend heet  rond hun terecht.
SLOT VOLGT

Foto’s: Collectie Sjabbo Datema (Noordhorn)

Geplaatst in Herinneringen, Noordhorn actueel, Noordhorn Toén, Zuidhorn | Plaats een reactie

Noordhorn: Het eigen verhaal van evacué Jan Zuijdijk, ’44-’45 (deel 2)

Het toenmalige station van Zuidhorn, perronkant. Het beeld in ’44-’45 zal hiervan niet veel hebben verschild.

Als landbouwer vond  mijn vader in Noordhorn  werk bij een boer, de heer Datema. De boerderij lag vlak bij de spoorbrug over het kanaal.  Ik denk dat wij toen nog enkele fietsen hadden, want het was best een eind van Noordhorn naar de boerderij. Het voordeel was dat wij nooit gebrek aan eten  hebben gehad gedurende die tijd in Noordhorn. De fietsen hadden geen luchtbanden meer, maar zogenaamde surrogaatbanden. Rubber strepen die van oude autobanden gesneden werden en met ijzerdraad aan elkaar gezet. Elke keer dat deze las de weg raakte, gaf dat een kleine schok en vaak brak de draad waarmee de uiteinden bij elkaar gehouden werden en reed men op de velg. De boerderij van Datema lag heel gunstig aan het kanaal. De weinige sleepboten die nog voeren, werden met steenkool  gestookt en de sleepbootkapiteins ruilden graag wat steenkool voor een portie tarwe, groente  of ander eten. De bonken steenkool moesten met een hamer klein geslagen worden om ze in de kachel te kunnen stoken, een taak die wij jongens toegewezen kregen. Ook onze oudere broer Piet was actief in het ruilen van steenkool en andere zaken, samen met andere jongens van familie de Wit uit Den Bommel.
Wij kregen of huurden ook een tuin of hof om zelf allerlei groenten te kweken. Dat waren wij zo gewend en kon gewoon weer opgepakt worden. Alleen lag de tuin wel vlak naast de spoorbrug of spoordijk die in het laatste jaar van de oorlog wel eens doelwit waren van geallieerde vliegtuigen. Dus als men in de tuin aan het werk was, moest men goed opletten of de toon van de overvliegende vliegtuigen niet veranderde. Als dit zo was kon men beter maken dat men weg kwam, want dat kon het begin van een aanval zijn. Er reden toen nog wel enkele treinen per dag heen en weer tussen Groningen en Leeuwarden, althans wij konden de trein vanuit de huiskamer zien rijden. Op de laatste open wagon van de trein reden Duitse soldaten mee met luchtafweergeschut waarvan de lopen de lucht in gericht waren. Ook een passerende trein kon gevaar betekenen,  want deze werd aangevallen door geallieerde vliegtuigen.
In de tuin moesten mijn oudere broer en ik de planten verzorgen en groente halen. Wij verbouwden ook tabak. De tabaksplanten groeiden ongeveer een meter hoog en de bladeren moesten geoogst worden als deze dor waren. De onderste bladen,  het zandblad zoals dat genoemd werd, produceerde de beste tabak. De bladeren werden aan een touw geregen en in de schuur opgehangen om te drogen. Na dit proces moest de tabak gesneden worden in een soort pers die door een smid gemaakt was en dat was goed zichtbaar. De gesneden tabak was zeer grof. Om de brandbaarheid te verhogen, moest er een soort salpeter in poedervorm in worden verwerkt. Er zaten wel eens klontjes in en die zorgden dan weer voor een soort milde steekvlam uit de pijp of sigaret, tot grote vreugde van ons jongens. Later vond men een betere oplossing. Bij de toenmalige tabaksfabriek ( Niemijer geloof ik ) in de stad Groningen kon men de tabaksbladeren inleveren en de fabriek maakte er dan bijna normale tabak van die in keurige pakjes werd thuis bezorgd door de bodedienst.  Alleen onze oudere broer en vader rookten toen en er werd steeds met grote weemoed gesproken over de goede oude tijd toen de Engelse en Amerikaanse sigaretten gewoon te koop waren. Zo werden wij jongeren eigenlijk geprogrammeerd om later ook te gaan roken.

De ouders van Jan Zuijdijk, zoals zij in 1957 op de foto werden gezet, toen Jan Zuijdijk in het huwelijk trad met Jannie Hermans.

 Met ons waren er nog meerdere gezinnen uit Den Bommel in Noord- en Zuidhorn ge-evacueerd. Het waren zoals ik mij dat herinner in Noordhorn: Familie Ieman de Graaf, familie Teun du Pree, familie A De Wit sr, A de Wit jr. familie Hendrik  Bakker, familie Jan Bakelaar. De oudste dochter van Bakelaar, Liesbeth,  is in Groningen achtergebleven na de bevrijding en met Reinder Huizinga getrouwd, een aannemer uit Zuidhorn,  omgeving van Briltil. Rein en zijn vrouw hebben wij later nog vaker ontmoet, als zij bij haar ouders op bezoek kwamen in Den Bommel. De fam. Bakelaar waren onze buren in Den Bommel, ik zat met Leen Bakelaar in dezelfde klas op school in Den Bommel en dus gingen zij ook naar de school in Zuidhorn. Wim was ouder,  ik weet niet of hij ook op school ging. Van de fam. Bakelaar was ook een zoon Jan in Duitsland als slavenarbeider, hij was van dezelfde groep als mijn broer Wim en is tegelijkertijd  weggevoerd naar Duitsland. Van de Huizingafamilie zullen er waarschijnlijk nog wel kinderen of kleinkinderen in of rond Zuidhorn wonen. Het is ons niet bekend of Liesbeth nog in leven is. Als dit zo is, moet zij wel in de tachtig zijn.
Wij, mijn oudere broer Leen en jongere broer Nelis en ik  gingen op de School  met de Bijbel in Zuidhorn. Er waren meerdere kinderen van evacués op deze school. Wij liepen elke dag van Noordhorn over de brug naar school,  die ongeveer 400 meter verder richting Zuidhorn lag en passeerden dan de mosterdfabriek van de familie Luth. Met een zoon van Luth,  Geert, ging ik wel eens mee naar huis uit school. Dan kreeg ik een potje mosterd mee naar huis van zijn ouders. Men maakte daar ook havermout, geplette haver, waarvan ik soms ook een zak mee kreeg. Ik weet niet of deze fabriek nog bestaat ,maar de locatie was van school richting Noordhorn  aan de linkerkant van de weg net voor de brug. De fabriek heette “De Zevenster” heb ik nu begrepen en is er nog steeds.

De School met de Bijbel aan De Gast in Zuidhorn in vroegere jaren. Hier gingen verschillende kinderen van geëvacueerde gezinnen uit Den Bommel naar school in ’44-’45.

  WORDT VERVOLGD

Foto echtpaar Zuijdijk: album Jan Zuijdijk
Overige illustraties: collectie Sjabbo Datema

Geplaatst in Herinneringen, Noordhorn actueel, Noordhorn Toén, Zuidhorn | Plaats een reactie

Noordhorn: Het eigen verhaal van evacué Jan Zuijdijk, 1944-1945 (deel 1)

Eerder al wijdde ik verschillende blogs aan het wel en wee van evacué Jan Zuijdijk, die als kind in de loop van 1944 gedwongen werd (met het hele gezin) woonplaats Den Bommel (Goeree-Overflakkee, Zuid-Holland) te verlaten en pas in oktober 1945 kon terugkeren naar het ouderlijk stee. In Noordhorn werden ze gehuisvest in een deel van de woning van de oude mevrouw Auwema aan de Langestraat (naast garage Oosterhuis), vader Zuijdijk kon aan de slag bij boer Datema, de kinderen gingen naar de School met de Bijbel aan De Gast in Zuidhorn.
Op woensdag 4 juli jongstleden bracht Jan Zuijdijk samen met zijn vrouw Jannie Hermans een bezoek aan Noord- en Zuidhorn, te gast bij Sjabbo Datema en zijn vrouw aan het Van Starkenborghkanaal. Na 67 terug op de plaats waar de evacuatietijd werd doorgebracht, zie de blogs die ik daaraan na 4 juli jl.  wijdde!
Jan Zuijdijk heeft zelf inmiddels een verslag gemaakt van die ingrijpende gebeurtenissen in de jaren ’44 en ’45. Het eerste deel volgt hier!

Jan Zuijdijk en zijn vrouw Jannie Hermans, te gast bij Sjabbo Datema die op de achtergrond staat in zijn huis aan het Van Starkenborghkanaal. Woensdag 4 juli 2012, 67 jaar na de evacuatieperiode 44-45. Alle drie waren toen nog schoolkinderen. Jannie, ook uit Den Bommel, verbleef in Garmerwolde. Jan in Noordhorn aan de Langestraat. Sjabbo was iets jonger. Beide laatstgenoemden gingen naar de School met de Bijbel aan De Gast.

Het verhaal van Jan Zuijdijk:

Groningen, Noordhorn.

De evacuatie van Den Bommel op bevel van de Duitse bevelhebbers kwam begin februari 1944. In eerste instantie vertrokken wij naar Rotterdam,  maar na  een verblijf van 6 weken in Rotterdam bij familie van mijn vader bood Het Rode Kruis de gelegenheid om naar Groningen te worden getransporteerd. In de grote steden begon de honger zich toen al te manifesteren. Onze ouders wilden niet afwachten wat er  verder zou gebeuren, als de aardappelen en groenten op waren en iedereen honger zou hebben.
s Morgens vroeg ongeveer midden maart 1944 moesten de Flakkeese families  die daarvoor in aanmerking kwamen, zich melden op het Station van Rotterdam voor de treinreis naar Groningen.  Wel opwindend voor een stel jonge jongens, maar voor de ouderen een zorgelijke ontwikkeling. Wij gingen steeds verder van huis en de vertrouwde omgeving weg. In de trein waren verpleegsters van het Rode Kruis aanwezig die kinderen bezig hielden met liedjes zoals ”Het peerd van Ome Loeks is dood “ enz.
De lange treinreis van Rotterdam naar Groningen liep uren vertraging op, doordat een jongen uit de trein gevallen was en een been  werd afgereden door de treinwielen. Het Rode-Kruispersoneel verleende onmiddellijk eerste hulp en de jongen werd afgevoerd naar een ziekenhuis, waarheen wisten wij toen niet. Hij had kans gezien om de deur van de wagon open te maken en werd door de deur naar buiten getrokken.
Na dit lange oponthoud  werd de reis vervolgd en kwamen wij laat in de middag op het station van de Stad Groningen aan. Vandaar ging de reis voor de evacués door naar hun bestemmingsadres. Wij moesten  met een aantal families uit het dorp Den Bommel doorreizen naar de eindbestemming, het treinstation van Zuidhorn.
Alle mensen werden in Zuidhorn een lokaal binnengebracht, het leek een bowlinghal of sportzaal, en werden onthaald op erwtensoep met roggebrood en spek. Ik zal altijd de geur van erwtensoep associëren met onze aankomst in Groningen tijdens de oorlog in 1944. Er waren in Zuidhorn verschillende families van hetzelfde dorp Den Bommel. Vanuit deze hal  werden de families naar hun evacuatieadres gebracht, het transport ging per auto of kleine bus. Ons gezin had als eindbestemming Noordhorn,  een huis in de Langestraat.
Het huis behoorde toe aan een oudere alleenwonende dame. De naam zou ik niet meer weten. Wij kregen de ene helft van de woning toegewezen, voor het huis staande de rechterhelft. Zij behield de andere helft, gescheiden door een gang.  Alleen de keuken werd gedeeld. Wij hadden een kleine achterkamer en een voorkamer die men kon afscheiden door een schuifdeur. Een kleine behuizing voor een gezin van zes mensen, er waren geen slaapkamers boven, althans niet voor ons en dus was het meer kamperen dan wonen.
Terugdenkend aan die tijd moeten het moeilijke tijden  geweest zijn voor onze ouders. Van huis en haard verdreven, een zoon in Duitsland die slavenarbeid moest verrichten met weinig of geen eten, onder slechte leefomstandigheden. Die waarschijnlijk niet eens wist dat wij weer vertrokken waren naar een andere bestemming. De brieven die via het Rode Kruis verstuurd werden, kwamen met een beetje geluk pas na enkele weken of soms maanden aan. Omgekeerd wisten wij niet, hoe hij er aan toe was met de bijna dagelijkse en nachtelijke bombardementen op de Duitse industrie.
Voor alle ge-evacueerden  was het ook een hele verandering, ver weg van de vertrouwde omgeving in een streek waar men de mensen nauwelijks kon verstaan. Men sprak Gronings en of dat een dialect was of een taal,  wisten wij toen niet. Ook voor ons schoolkinderen was het moeilijk om  in het begin de anderen te begrijpen, alhoewel wij al snel probeerden de taal na te bootsen.
Wij spraken een Zeeuws dialect. Hoewel het eiland Goeree en Overflakkee bij Zuid Holland behoort, werd en wordt er een variant op het Zeeuws gesproken. Dat neemt wel af door import van mensen uit andere streken uit Nederland, maar de spreektaal is een variant van het Zeeuws.
Toen wij nog op Flakkee woonden, konden wij pakjes met voedsel versturen naar de jongens  in Duitsland. In de zending die wij naar onze broer in Duitsland konden sturen, werd gesneden tarwe brood  gepakt, door de bakker gedroogd op de oven totdat de boterhammen heel klein en keihard waren. Een fles koolzaadolie werd in een zak meel verpakt, om de fles heel te houden en met wat andere eetbare zaken in een doos gepakt dat via het Rode Kruis naar de jongens werd verstuurd. Het kwam meestal nog aan ook…. Mijn broer vertelde na de oorlog dat, als het gedroogde brood in een pannetje gelegd werd waarin een klein laagje water stond, het weer bijna terugkwam tot normale proporties en goed eetbaar was. Van het meel werden pannenkoeken gebakken. Zo overleefden zij de oorlog, want de koolsoep die men van de Duitsers kreeg was meest water.

(wordt vervolgd)

Jan Zuijdijk en Sjabbo Datema op het perron van het Zuidhorner treinstation, waar de trein met evacués vanuit Groningen aankwam, ruim 68 jaar geleden.

foto’s: jan blaauw, 4 juli 2012

Geplaatst in Herinneringen, Noordhorn actueel, Noordhorn Toén, Zonder categorie, Zuidhorn | Plaats een reactie

Noordhorn: Ansichtkaart voor Brechje de Vries…. Verkeerd geadresseerd!

HERSTART, na een blogpauze van een maand… (Gezondheidsredenen liggen hieraan ten grondslag). Ik pak de draad weer op, minder intensief. Eens kijken of die draad het houdt…

Ansichtkaart bestemd voor Brechje de Vries

Getoonde ansichtkaart kwam een maand geleden ongeveer in de brievenbus van Jannes Heemstra (Langestraat 9).  De kaart is echter bedoeld voor Brechje de Vries.Maarrrr… Wie is Brechje de Vries? Jannes Heemstra ging op onderzoek uit, maar vond geen oplossing. Hij drukte mij de kaart in handen: “Kenst ja elkenain hier in Noordhörn…”
Dat valt tegen. Verschillende De-Vries-varianten onderzocht, geen resultaat.  Intussen is de echte Brechje al wel bij Heemstra geweest, maar ja, die had de kaart niet meer, verwees naar mij aan de Verlengde Oosterweg, maar noemde een verkeerd huisnummer…. Verwarring troef! En vergeten te vragen waar Brechje de Vries woont….
De kaart staat nog steeds bij ons aan de Verlengde Oosterweg 33, maar dat is niet de bedoeling! Wie weet waar Brechje de Vries woont????!!!
Reacties graag naar JanBlaauw@hetnet.nl, of via de telefoon: 0594 503095. Bedankt!

Geplaatst in Noordhorn actueel | Plaats een reactie

Noordhorn: Fotoslentertocht zondag 29 juli 2012, inclusief NAMEN voor de jonge damhertjes!

Een korte slentertocht, afgelopen zondag. We waren nog nauwelijks op gang gekomen, ‘heulden’ wat bij de hertenkamp, toen onze aandacht werd getrokken door duistere wolken die snel naderbij kwamen. Rechtsomkeert, het slenteren werd stevig stappen…  Nee, we haalden geen nat pak, de camera bleef droog, en de zonwering kon tijdig worden opgerold.
De jonge damhertjes in de hertenkamp hoeven trouwens niet langer met BAMBI 1 en BAMBI 2 te worden aangesproken, de dierverzorgers hebben een keus gemaakt uit diverse namen, aangeleverd door Noordhorner schoolkinderen. (Zie ook www.dorpsbelangennoordhorn.nl). Het oudste jonkie, het lichtst van kleur, gaat als ‘MADELIEF’ door het leven, het jongste jonkie, iets donkerder, heet vanaf nu SPRINTER!

Ontwerp: Henk de Weerd

 

Een fraai hoekje met bloeiende Oost-Indische kers bij buurvrouw Heleen aan de overkant van de straat. Extra hulde voor ‘onze’ kanjer Marianne Vos, die de Olympische wegwedstrijd bij de vrouwen naar haar hand zette!

Nog enkele extra foto’s vanuit de hertenkamp, met hier een van de hindes en beide jonkies (links MADELIEF, rechts SPRINTER). en ter geruststelling van Hanna: Ja, er zijn in Noordhorn ook nog andere dieren…..

…. Deze prachtige haan bijvoorbeeld, als een heersend vorst paraderend door de hertenkamp. Hij ziet alles en is onwaarschijnlijk snel ter plekke, “als er iets te doen is…”

Dit is dus MADELIEF………

….en dit is SPRINTER!

Thuisgekomen toch nog een vlinder gekiekt, een Atalanta. Verontrustende berichten van de VLINDERSTICHTING, er zijn deze zomer heel weinig vlinders waargenomen (onderzoek op de Floriade in Venlo). Een spijtige ontwikkeling, verarmend.

Fotokaart met hertjes: Henk de Weerd
Overige foto’s: ©jan blaauw, 29 juli 2012

 

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in Noordhorn actueel | Plaats een reactie

Noordhorn: CONTACTBLAD Historische Kring Zuidhorn, 2e jaargang nummer 1 – juli 2012

Het uitkomen had ik al even aangestipt in een eerdere blog: Het nieuwe contactblad van de Historische Kring Zuidhorn! Het eerste nummer van de 2e jaargang, juli 2012. Op het voorplat de aankondiging van het Programma lezingen, seizoen 2012/2013. Plus een oude foto van boderijder De Jong bij een van zijn eerste voertuigen.
In het blad zelf verschillende interessante bijdragen van een gemotiveerde redactie die nu uit vijf personen bestaat: Nico Attema, Piet Helmus (met -l-), Wiebe Renkema, Greetje Teelken en Boukje Vrolijk. De laatste twee zijn  de ‘nieuwkomers’.
Vanuit Noordhorn-oogpunt springen twee bijdragen eruit: Het artikel van Piet Helmus “De familie Wieringa aan de Langestraat” en het verhaal van Nico Attema over “Jan de Jong Verhuizingen”. Nico Attema leverde een tweede uitvoerige bijdrage over “Café Centraal en het winkeltje van ‘zus’ de Groot in Zuidhorn”. Ook het pand van drukkerij Hekkema staat in de schijnwerper, evenals Berend Bos en voorwerpen uit de Hanckemaborg.
Voor liefhebbers van lokale en regionale geschiedenis weer een nummer om van te smullen. Eigenlijk zijn twee uitgaven per jaar onvoldoende om de honger van historieliefhebbers te stillen….
Leden van de HKZ hebben het nummer in de brievenbus gekregen. Voor zover de voorraad strekt is de uitgave ook als los nummer verkrijgbaar bij Buurtsuper Van Esch (Noordhorn) en bij Boekhandel Schoelier (Zuidhorn). Een los nummer kost €2,50.

Voorplat contactblad Historische Kring Zuidhorn, 2e jaargang, nummer 1

Graancommissionair Piet Wieringa en zijn vrouw Harmina met de zoons Jan Alders en Jaap. (Dochter Lena ontbreekt hier.Nog op komst?) Het jaar waarin de foto werd gemaakt, wordt niet vermeld.

Illustratie bij het artikel over Jan de Jong Verhuizingen

Illustraties ontleend aan het contactblad van de Historische Kring Zuidhorn, 2e jaargang nummer 1, juli 2012.

Geplaatst in Noordhorn (regio), Noordhorn actueel, Noordhorn Toén, Zuidhorn | Plaats een reactie

Noordhorn: ZOMERVAKANTIE! Er op uit……! Of…. KLUSSEN!

Ook in regio Noord is de zomervakantie begonnen. Gezinnen met schoolgaande kinderen trekken erop uit, vermaken zich met dagtochtjes of….. trekken de werkkleren aan om eens heerlijk ontspannen (?) de handen uit de mouwen te steken! De oprit wordt aangepakt, de nieuwe schuur afgebouwd, het dak …. Het dak gaat er af! In de Nieuwstraat bijvoorbeeld, waar de families Spriensma en De Vries bijzonder ingenomen zijn met de positieve weersvooruitzichten. Samen pakken ze het dak aan, allerminst een dágklus…. Sloopwerk op een droge, nog niet al te warme vakantiezaterdag, met steun van een sterke buurjongen. Succes gewenst! (In hetzelfde pand hebben in de vorige eeuw bekende families gewoond, zoals Kloosterman en Schuitema).

Vakantieklus: Dakvernieuwing! (Nieuwstraat)


Een heel oude foto van de Nieuwstraat, van oost naar west! (Foto uit het boekje dat in 1973 door de Raiffeisenbank werd uitgegeven). De foto stamt uit 1913. Links het eerste huis is vervangen door het pand waarin nu de familie Miedema woont. Het tweede pand, het winkeltje van vrouw Helder, is gesloopt. Het derde pand links is de dubbele woning, waarvan nu dus het dak wordt aangepakt!

Een oude ansichtkaart van de Nieuwstraat, in dit geval van west naar oost. Ook deze foto staat in het fotoboekje van de Raiffeisenbank (1973). Volgens het onderschrift stamt deze foto uit 1904, dus meer dan 100 jaar geleden…. Rechts het aloude horecapand van de familie Wieringa, daarna de twee diaconiehuizen met de spitse gevels, toen nog dicht op de weg staande. Wat er van is blijven staan, heeft nu een garage/schuur-functie. Daarna dus het dubbele huis, waar nu de families Spriensma en De Vries wonen en als vakantie-activiteit energiek voor dakvernieuwing hebben gekozen. Overigens is deze ansichtkaart uitgegeven door de fa. Tj.Wieringa. Familie van de Wieringa’s van de herberg op de hoek ? (En van de graancommissionairs Wieringa, o.a. Piet, vader van zoons Jan Alders en Jaap en dochter Lena?)

In het meest recente Contactblad van de Historische Kring Zuidhorn (2e jaargang, nummer 1, juli 2012) staat een bijdrage van Noordhorner Piet Helmus over de genoemde familie Wieringa. Leden van de Historische Kring hebben het nummer intussen in de bus gekregen. Andere belangstellenden kunnen het aanschaffen via Buurtsuper Van Esch (Noordhorn) en boekhandel Schoelier (Zuidhorn). Zo lang de voorraad strekt…. (Op het contactblad kom ik later nog wel eens terug)

Geplaatst in Noordhorn actueel, Noordhorn Toén, Zuidhorn | Plaats een reactie

Noordhorn: Nutskleuterschool, zomer 1967, inmiddels 45 jaar geleden… (2)

Nog twee ontwapenende foto’s van Nutskleuters uit de jaren dat Joke Breedland kleuterjuf was aan de Oosterweg. Zomer 1967… In ieder geval goed weer om buiten te spelen en om kiekjes te maken:

Twee Nutskleuters, zomer 1967. Een jonkie bij wie zo te zien iets kriebelt in de nek… En een kleuter van de oudere lichting, een kop groter, met een glundere trek op zijn snoet… (Of weet hij meer van dat kriebelen in de nek???) Links de piepjonge Hielke van Dijk, rechts Reinie ….. Zijn achternaam ken ik echter niet. Wie helpt???

Zelfde zomer 1967…. Een dapper meiske op de schommel, Anja heet ze! Maar ook hier ontbreekt de achternaam…… Wie helpt? Herkent iemand ook de kleuter op de achtergrond? Zomer 1967!

Foto’s: Joke Breedland (Fraamklap)

 

Geplaatst in Noordhorn Toén | Plaats een reactie