Herman Emmink zong het: “Daar bij die molen, daar bij die molen… Daar is het plekje, waar ik zoveel van hou….” Annie de Reuver zal het eerder ook hebben vertolkt, een klassieker, al komt ie niet voor in de Top Honderd. De ruimte rond de Noordhorner molen is bijna helemaal geprivatiseerd, leent zich niet uitzonderlijk goed voor het romantische beeld dat wordt geschetst in het genoemde liedje. Of dat vroeger anders was? En wanneer begon dat ‘vroeger’? Kon je inderdaad in 1581 vanaf de stelling een blik werpen op de strijdenden, die overwonnen, sneefden, ervandoor gingen richting Niezijl? Of is dat louter een mooi verhaal? Hoe het ook zij, de molen staat er nog, al maakt “De Fortuin” nu een armetierige indruk.

De ontwiekte Fortuin, onwennig dorpsbeeld
Geen wieken en geen prominente Kerstverlichtingsfunctie… Vier, vijf maanden, en dan zorgt de firma Jellema ervoor dat er weer kan worden gedraaid. Dan zal onze molen in volle glorie zijn ‘herrezen’. ‘De tijd gaat snel, de Jellema’s gebruiken haar wél..’

Ook vanaf de Mokkenburgweg is De Fortuin als een worstelaar zonder armen, een paard zonder benen, een geweer zonder loop... Er ontbreekt iets.
©janblaauw, december 2008